|
|
DEEL 1 |
Rabbits60.nl |
|
|
door : |
|||
| High, high, oh high society van Louis Armstrong met z’n mooie diepe speciale stem, dat was m’n eerste openbare optreden op een nis van een schoolmuurtje van de openbare lagere school in stad Delden, alwaar ik leefde bij m’n oom en tante die me groot brachten van m’n vierde tot m’n vijftiende jaar. Het voelde zo goed, het was opwindend zoals ieder optreden nu nog steeds voor me is. Noem het het vlinder in de buik geluk. M’n oom Igor Cornelissen, later gezeten in de |
| hoofdredactie van “Vrij Nederland”, was een fan van Louis Armstrong’s muziek. Hij liet me wel eens muziek horen en naar m’n herinnering heb ik de film met Louis gezien. M’n eerste levensherinnering was toen ik vier jaar was en m’n broertje Eduard, toen net geboren, eventjes in m’n armptje mocht houden. M’n vader leefde in Lingen/Ems Duitsland en m’n moeder leefde in Enschede. Twee zusters leefden bij m’n vader en Eduard bij m’n moeder. Wonende bij m’n oom en tante mocht ik iedere schoolvakantie naar m’n vader en verscheidene weekenden van m’n normale schooltijd naar m’n moeder alwaar ik Eduard ontmoette en dat was altijd fijn. Van m’n moeder kreeg ik altijd lekkere soep en Eduard maakte me bewust van Cliff Richard dat was de tijd van “Do you want to dance” en “The yong one”. M’n eerste single die ik zelf kocht was “Telstar” van de Tornado’s. Man, wat voelde je je rijk met zoiets. In die tijd genoot ik van “Tijd voor teenagers” van Herman Stok en tussen “10+ en 20-“ van Jos Brink en natuurlijk Elvis de pelvis, rode en groene rock en roll-kousen, bij de swing-mill. Heerlijk weg dromen. Ik werd “Bar-Mitzvah” toen ik 13 jaar was, in 1962. Rond die periode hadden Albert Brunnenkreeft (een vriend uit Delden) en ik een optreden onder de naam de Alhea’s , |
![]() |
| jawel, op het grote podium in het concertgebouw in Hengelo(O) tijdens het sinterklaasfeest van de Hengelose ULO’s. We zongen “If i had a hammer” van Trini Lopez, heerlijk dat gevoel. Omstreeks die tijd hadden we ook een draadomroep in Delden, werkelijk met een draad tot in de radio. Toni Arends( die later bij de NOS ging werken) en Jan Meierink (zoon van de bakker in de buurt) verzorgden de uitzendingen. Denk zo’n 1963 overgaande in het magische 1964. De Engelse top20. De eerste Merseybeat klanken, die ik daarna ook regelmatig rechtstreeks via radio Luxenburg op m’n kleine transistorradiotje op zolder beluisterde voor het in slaap vallen, hoorde ik via onze locale draadomroep zondagavonds en dat gevoel schreef m’n pen in; |
![]() |
Now
you’re looking to the telly, it still tinkles your belly.
|
![]() |
| We hadden ook onze eigen voetbalclub. We trainden op straat en schoolplein en speelden matches bij de viersprong vlak bij Twickel in Delden. Het team van Toni en Jan, noemden zich O.D.S. overwinning door samenspel en wij waren D.D.D., de Deldense DeurDouwers. We speelden een echte wedstrijd op het echte veld van S.V. Delden, vlakbij zwembad “De Mors” alwaar we ook onze eerste shagjes draaiden. We hadden ook een echte scheidsrechter met echte scheidsrechterfluit. Sportshirts hadden we niet. Het ene elftal had het onderhemd over de kleren aan. Het resultaat, 13(of meer)- 0 voor O.D.S. en we waren een ervaring rijker. Ook ergens in de lente van 1964 was de match van Cassius Clay (later Mohammed ali) tegen Sonny Liston. M’n schoolprestaties waren niet om over naar huis te schrijven, want de rebel, het opstandige begon allerlei vormen aan te nemen. Naar de jukebox in de snackbar bij een patatje en een cola, een kwartje in het gleufje en je had twee platen en dan voor de cafetaria de vetkuiven met hun Kreidlers Floret, het was allemaal opwindend. |
| dus, dat is nu naderhand een welziendheid gebleken. M’n vader had een oud ijzer en metalen zaak met lompen etc., bracht honingwas naar de kaarsfabrieken, koe en andere vellen naar de leerlooierijen en textiel. Een paar leuke dingen van die tijd in Duitsland. M’n oudste zuster Helga zwom regelmatig met de zwemclub “Blau-Weis” in Lingen. Op een van die uitstapjes naar zwemwedstrijden in Cloppenburg had Eduard zijn eerste openbare optreden voor een microfoon in het zwembad. Stel je voor een jongetje van 11 jaar zingt z’n eerste geschreven tekst “Du hast mein herz nicht gebrochen”, Duitse versie van “A hard days night” van the Beatles, wat mij de inspiratie gaf om met “Nobody i know”, een Beatles compositie gezongen door Peter and Gorden met mijn titel”Onbekante junge”. Wel schreef ik een tijd later op “She’s a woman” van the Beatles, |
|
|
Ich wollt
ich wär ein Beatle Das denk’ ich immer wieder Dann hätt ich shön Beatle haare Und stand auch mit der gitarre Ich wollt ich wär ein Beatle John Paul George singen Yeah yeah yeah Ringo singt da shön hinterher Ich wollt ich wär ein Beatle |
![]() |
|
|
Kun je je dat voorstellen op die melodie? Van onze laatste tijd in Duitsland , juli, augustus ’64. Overgaande in terug in Enschede herinner ik me dat we de trein wel eens namen in Duitsland en dan gingen we (Eduard en ik) op een stationsperron zingen voor de mensen die hun hoofden dan wel uit het raamptje van de trein staken en zo een publiek voor ons waren. Later hadden we een zelfgemaakt naambord dat we met ons meenamen. We noemden ons de JohnJacks, John Starr (Eduard) en Jack Stone (ik) Terug in Nederland deden we aan een talentenjacht mee in de Twentse schouwburg met Jos Brink als speciale gast, nog niet ontdekt toen, daarna in Rijsen 1965, met de eerste prijs voor de Ronal Four uit Enschede. Toch weer naar een andere ULO gegaan waar ik bevriend raakte het Hennie Vissher, een klassevriend die in Glanerbrug woonde die een slagtrommeltje en een bekken had en heel enthousiast met muziek was. Erg lieve ouders die heel gek met ons waren en vooral met kleine Eduardje. We repeteerden in hun huiskamer. We deden aan een talentenjacht mee in schouwburg Irene. Er was een modeshow en twee bands; The Refreshers (hadden de 1e prijs) en wij, John Star, Jack Stone en Bill Rocket (Hennie Vissher) onder de naam The de-les-die Pop” de 2e prijs. En trots dat we waren. Alles was nog zo mooi jong en fris. Eind ’64 bracht ik “De Tijd”, een avondkrant rond die we ontvingen bij de stationstrappen. Nog later ergens in ’65 ’66 hadden we een band die nooit gestart is. We hebben een paar keer gerepeteerd met Jopie Munsterman(later journalist bij Tubantia), Hans Mooi, Eduard, Hennie en ik. Tot dat Hennie verkering kreeg en dat was het. |
|
DEEL 2 |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
Boven:
De JohnJacks.
|
|
|
|
Deemoed, Radioko e.a. Onder het luisteren genoot ik dan van het kijken naar de mooie verkoopster. Je kon soms zo intens verliefd zijn en dan nam je die herinnering van dat mooie lieve meisjesgezicht met je mee, en genoot ervan. ‘K had nog steeds contact met m’n vrienden in Delden die (Toni Arends ) in die tijd gestart waren met de “Top Twenty” club in zaal “Den Engel”. Toni stuurde mij dan raambiljetten, die ik dan naar de VVV en de grote grammofoonplatenzaken bracht om geworden te etaleerd. Met de organisatie bij de zaal hielp ik met de kaartjes bij de ingang maar, wanneer de band begon was ik er als de kippen bij om voor het podium te gaan staan. Zag de White Rockets toen nog met Hennie Lubben met grote kuif, allemaal erg indrukwekkend. The Wishful Thinking uit Engeland die erg veel op de Ivy Leaque leken qua muziek. The Motions (grootste indruk) tijdens de tijd van hun LP “Introduction”, Les Baroques, the Haigs, the Beatkings uit Lingen, die hadden een oude brandweerwagen als vervoermiddel. De “Top Twenty” heeft niet zo lang bestaan. De “First Loos Club” in schouwburg |
![]() |
|
|
|
Irene met mooie herinneringen aan The Golden Earring met Frans Krassenburg, Q65. Die dag heeft Cies baart mij het leven gered. We woonden op het Accaciaplantsoen 43. Weet niet meer ’65 of ’66 september op een zaterdag. We woonden in het bovengedeelte van het huis met een benedenbuurman die niet zo blij met ons was, want we hadden de muziek met ons enthousiasme wel eens hard aan staan en de ramen wijd open, (Persoonlijk vond ik dat iedereen mee mocht genieten) en dat kan begrijpelijk wel eens frusstraties opwekken. De buurman gaf daar wel degelijk lucht van door hard op zijn bovenplafond te bonken met misschien een bezem of wat dan ook, maar ik/wij reageerden daar niet positief op.(Zelf zou ik op de deur hebben geklopt en hebben gepraat) Totdat op die bewuste dag Eduard en ik aan het stoeien waren met een Tubantia, die per ongelijk naar beneden viel in | |
|
wat zijn voortuintje was. Eduard ging naar beneden om de krant op te halen en hij werd aangevallen door die buurman. (diezelfde buurman had ook al eens geroepen dat als er ooit weer concentratiekampen zouden komen , wij de eersten zouden zijn die erin zouden worden gegooid.) Ik weet niet hoe snel ik van die trap naar beneden kwam, maar daar aangekomen gelijk de scherpe onderkant van de fietsenpomp op m’n achterhoofd kreeg wat een gat veroorzaakte wat ik op dat moment helemaal niet voelde, greep de fietsenpomp uit z’n hand en begon een worsteling met hem. ‘K had nooit gevochten. Op dat moment komt Cies Baart aanrijden op z’n brommer, springt van z’n bromfiets die hij in de heg liet belanden en trapte een zakmes uit m’n buurmans hand die hij net in m’n rug wou steken. Dat was het einde. Wij, na gewassen, zo snel mogelijk naar de politie. Eerst naar de polikliniek om een krammetje in m’n hoofd te krijgen. Bij de politie kwamen zowel hij als wij gelijktijdig aan. ‘k zij tegen de politie dat hij beter met een boog om mij heen kon lopen. ‘k houd niet van vechten , ben er zelfs bang voor. (Houd wel van vechtsport) Diezelfde avond speelde Q65, blijft altijd een mooie herinnering. Dan had je de “Koala beatclub” met Herber Spier, die ik kende van m’n jongere jaren van joodse les, alwaar ik verschillende keren the Honest Men heb horen spelen waarvan ik veel genoot want ze speelden alles van the Hollies |
|
|
en the Beatles. Dan gingen we ook veel naar “de Bron” in Haaksbergen waar the Roamers speelden. The Rowdies heb alleen maar in Nordhorn gezien. The Buffoons waren te zien in zaal Rijnders en later in Modern, ook om trots op te zijn. Als wij uitgingen die tijd was meestal op de bromfiets waarbij ik vaak achterop zat. Enkele namen; Gerrit Meijerink, Jan Ulrich, Klaas Dekker, Cies Baart, Alex Blauwbroek. Sies had een bijnaam. ‘kweet niet of hij dat zelf ooit geweten heeft “Boks piepen Cies”. Dan was er karel Welmers een echte Elvis fan met Elvis op z’n rode Kreidler, met daarnaast, iets kleiner, the Stones vermeld. 1965 herinner ik me een boerenkoolavond in zaal Assink (heerlijk) alwaar ik voor het eerst Max Gout met z’n band the Black Hunters hoorde. Later ben ik nog eens in de Kateker gaan luisteren. In 1966 heb ik m’n ULO-3 diploma gehaald. Enige namen ; Gerhard Scholten, Greetje Nijkamp, Annie Bakker. Op greetje en Annie was ik verliefd. Hebben ze waarschijnlijk nooit geweten.(Hoop dat je niet schrikt als je dit leest). Twee gebeurtenissen met Hennie Vissher. Een besneeuwd wegdek, middagpause van de ULO, |
|
met hennie op weg naar zijn huis in Glanerbrug. ‘K moet hennie’s mobyletje aanduwen. Hennie zegt, zit je al?, ik, Ja… ik zit al… maar op dat moment wel met m’n gat in de sneeuw..ha..ha.. In de schoolvakantie werkte ik maar één dag in de Grolchfabriek, beugeltjes op de flesjes zetten. Ik kon niet tegen de reuk. Hennie nam me mee naar huis. Daar aangekomen waarschijnlijk door m’n benen gegaan (black-out?) Werd wakker en werd opgepept. De eerste plaat van de Honest Men was iets waar ik heel trots op was. In 1966 gingen we met de ULO kamperen in Buurse. ‘K herinner me muziekblad “Kink”, “Aftermatch” van de Rolling Stones. Joke Schukkink, Gea Ketzener (ik was verliefd op jou, jij weet dat zeker niet), Herman Buitenhuis. We zagen de Outsiders in de tent, begin 1967. Mijn zoeken naar werk ging niet zo goed want geen kantoor wou mij met m’n lange haar. ‘k had gewerkt in ter Kuile’s bontweverij en de kraskamer van Oosterveld en m’n moeder zei, dat ik misschien wel eens een tijdje naar m’n vader zou kunnen gaan. Toen ik begin 1967 bij m’n vader kwam wou hij dat ik in zijn boerderij kwam te slapen met een bewakingshond. Het was de plaats waar z’n koevellen en andere vellen werden ingezouten voordat ze naar de respectievelijke bewerkingsplaatsen gingen. Het is op de een of andere manier nooit doorgegaan. Wel kan ik me herinneren dat ik eens een soort pak van jute-zakken aan had om aan de hond, een duitse herder, gewend te raken. De reden van dit alles was dat er in de boerderij ingebroken was. Waarschijnlijk één van z’n eigen werkers. M’n vader hielp veel mensen, die het niet zo breed hadden en zo wat geld bij konden verdienen. Zo was er een van zijn beste schoolvrienden Walter Geessen, nog steeds bevriend, en werkte bij m’n vader. Hij was soldaat in het Duitse leger van Erwin Rommel in Tobroek dat later door Montgomerey bij El Alamein verslagen werd. Ben ooit zelf eens in 1970 in slaap gevallen achter Mongomerey’s standbeeld, heel indrukwekkend met z’n handen over de pols op de rug. M’n vader en moeder waren ondergedoken bij Marinus de Bruin, een dappere man van het Nederlandse verzet die m’n ouders het leven redde, nachtdropping organiseerde voor wapens. M’n moeder schreef mooie gedichten, ze speelde ook piano, die ik mocht voordragen in het kerkje bij Marienberg alwaar de begravenissen waren. Een van z’n dochters liet me z’n persoonlijke medaille zien die hij ooit persoonlijk van president Eisenhouwer heeft gekregen.Ere wie ere toekomt. Daarom zit ik hier nog te schrijven, kon m’n zuster in Australië bezoeken, Stephanie, ( m’n moeder noemde haar Mieke) die gered was door Dr. Panhuysen van alwaar nu in Borne nog een straat naar hen genoemd is. ‘K schrijf een beetje van de hak op de tak zoals het terugkomt in m’n bewustzijn. The JohnJacks speciale act was, onze pakjes binnenste buiten. Dat was best leuk. Probeer het maar eens, met voering dan. Wie herinnert zich nog dat geweldige moment dat de Beatles in Nederland waren, in 1964. M’n oom en tante hadden geen televisie maar ik moch kijken bij Annie Visscher, de vrouw van de badmeester, die eens per week bij m’n tante het huis kwam schoonmaken en doofstom was, met handen en geluiden praatte en af en toe woorden. Ze noemde televisie bioscoop. Bij haar mocht in de Beatles zien op de zwart-wit TV, wat een gebeurtenis. Er gebeurde iets binnenin je. Later in 1964, nog in Lingen bij bij m’n vader, had ik een vriend, Peter Ballerman, dat was een echte Rolling Stones fan. Met hem gingen we op een dag op de fiets van Lingen naar Oldenzaal om wat plezier te beleven met skelteren. Toen we terug kwamen om bij Denekamp over de grens te gaan kreeg Eduard een lekke band en |
|
moesten we bij de grens Rammelbeek m’n vader bellen die ons kwam halen, want het begon al donker te worden. Het was ook altijd leuk om op de kermis op de rupsbaan te staan en dan te blijven staan, de gehele rit. Toen ik in 1967 bij m’n vader was, hielp ik met alles in de zaak en voelde me wel gelukkig. Eens moest ik naar de dokter en had een wrat precies onder het midden van m’n voet. Die dokter trok hem er in één keer uit zonder verdoving en dat deed echt wel pijn. Dus dat was eventjes rusten. Soms ging ik wel eens uit naar een soort discotheek “Zum Anker” alwaar ik een leuk meisje ontmoette met de naam Gabrielle Schwenke, de dochter van de loco-burgemeester naar ik later hoorde. Dat was zo mooi, het haar naar huis wandelen, die kus, zo intens. Een paar dagen later ontmoetten we elkaar weer in het park. Later in het maanlicht mocht ik zacht haar mooie borsten aanraken terwijl we kusten. Daarna tezamen weer terug naar haar deur, dat blijft me altijd bij. Het is 1965, Tijdens “Help” en”Satisfaction” waren Eduard en ik met m’n moeder bij de Fam. De Bruin (die m’n ouders leven redden) in Beerseveld kwamen soms wat meisjes van de fam. Emmens, fam. Van mvr.de Bruin, die gek op m’n broer Eduard waren en die hadden een vriendin Reina de Lange die een buurmeisje van de overkant van de |
![]() |
|
|
autoweg , waarmee ik ook kuste. Het was allemaal zo lekker en fris bij de zwemvijver. Dan herinner ik me een meisje waar ik heel erg verliefd op was. Ze was zo mooi, zwart haar en van die mooie blauwe ogen. Ja, Margreet Marton, ik was stilletjes verliefd op jou en dagdroomde van je. M’n relatie met Gabrielle was over, nadat ik iets te veel over mijn familie had gepraat. Dat was het einde. Daarvoor echter was ik alweer terug in Enschede, na een onenigheid met m’n vader die me aanviel omdat ik een beetje te veel gedronken had op een vrijdagavond (goede vrijdag) Hij bracht me de dag erna weer naar Enschede terug. Dus dat was net voor de Enschedese paaskermis waar ik bijna de gehele avond bij de bokstent was en bekeek het boksen, de “catch-as can” en het worstelen. Iemand van de tent vroeg me of ik wilde, maar dat durfde m’n gevoel niet. De volgende ochtend ging ik op weg met m’n gitaar en mondharmonica, liftend langs de weg op weg naar Hamburg, de grote stad waar de Beatles ooit eens in de "Top Ten Club" op de reperbahn hadden gespeeld. Daar wilde ik naar toe. ‘K kwam de eerste dag niet verder dan Lingen alwaar ik onderdak vond bij iemand die wel eens voor m’n vader werkte Dankbaar voor de nacht. Het huis was wel oud en er lekte water langs de wanden naar binnen. De volgende morgen, woensdag , wel wat winderig maar verder een mooie blauwe lucht. Lopen, spelen en liftend langs de weg met m’n eerste gitaar (nu op de foto op de Rabbitspagina, ben blij dat die weer gevonden is want die heb ik ergens na m’n moeders overlijden zo maar in tweën gebroken, hij was niet meer bespeelbaar in 1990 en ik heb m’n tweede gitaar al jaren, gekregen voor m’n bar-mitzvah van m’n tante, heb ik dus een beetje spijt van |
|
maar hij is er nog op de foto) Na zo’n 3 of 4 liften stopte ik met liften toen ik bij Hamburg –Harburg een voorstadje aankwam. Vandaar de trein naar het het hoofdstation genomen. Het is wel een kanjer van een stad als je uit Enschede komt. Het was al avond en nam een hotel, wat voor mij naderhand erg duur bleek want ik had niet veel geld. Het hotel was tegenover het centraal station. Bij het wakker worden zag ik de drukte van de stad . Op zoek naar een platenmaatschappij , wat op niets uitliep, en toch bleef je lopen en hopen wat ik nu nog doe. Afijn, de dag vorderde en ‘k speelde een beetje op straat vlakbij de Alster, waar het erg mooi kan zijn. ‘K ontmoette iemand die tekende met krijt op de straatstenen en had zichzelf een paar schoenen verdiend. Erg indrukwekkend. Hij deelde wat brood met mij, dank je wel. ‘K besefde dat ik zeker niet meer in een hotel kon slapen en het eten was mondjesmaat. Zo belandde ik s'avonds in een volksingerclub “Danny’s bar” alwaar ik wat eigen muziek speelde in ruil voor vrij drinken. ‘K dronk hoofdzakelijk cola. Toen ik naderhand weg wou gaan vroeg een kelner ,die daar werkte, waar ik naar toe ging. Ik zie hem dat ik het niet wist dus werd ik uitgenodigd met hem mee naar huis te gaan. Volgende ochtend weer op weg naar een platenmaatschappij. Nooit gevonden. Doordat je niet veel geld had leerde ik ook handig voor niets met de metro te reizen. Als er een trein aankwam die ik wou nemen zei ik tegen de men die de kaartjes controleerde, oh, ik wil alleen maar eventjes wat van de kiosk op het perron kopen, en dan glipte ik snel in de trein en bij de uitgang was toch geen controle. In het station had je douches, dus daar waste ik me. ‘K had niet veel bij me. Zo’n klein legerschoudertasje. Diezelfde dag, vrijdag, las ik dat diezelfde dag de Rolling Stones zouden spelen in de “Ernst-Merk Halle” en voor DM10,- , wat zo’n beetje m’n laatste geld was, deed ik het wel. De volgende twee dagen en nachten |
|
|
zwierf ik een beetje rond. Het comfort van een telefooncel op de grond was wel goed genoeg en warmer dan buiten. Heb wel de neonreclame van de "Top-Ten", waar de Beatles speelde, gezien van dichtbij en het voelde goed daar te zijn. Had net geld genoeg iets te eten dus, dat was goed. Toen zondag 1 april naar de Stones. Het was heel imposant. In het voorprogramma waren Achim Reichel en the Rattles( de groep waarvan wel eens is verteld dat de Beatles hun inspiratie kregen?) , The Easybeats die toen net “Friday on my mind” , The Smokes en ja daar waren ze The Rolling Stones. Ze klonken toen goed “life” Zelf wou ik ook graag dicht bij het |
|
podium zijn, nam een run maar werd bij de arm genomen, terug naar m’n stek. Na het optreden waren er relletjes waar ik me liever buiten hield. Daarna ging ik naar het centraalstation om daar de nacht door te brengen. “k zat met wat anderen op de grond tegen een muur aan bij een hoek, toen plotseling een deur openging, die zo goed gecamoufleerd was, en er werd ons gevraagd naar binnen te gaan. Het was de recherche (Kriminal polizei) Bij minderjarigheid kun je worden opgepakt. Zelf was ik nog net geen 18, maar m’n geluk was dat ‘k een Duits paspoort had met Enschede als woonplaats, dus lieten ze weer lopen. De volgende dag, maandag, besloot ik dat 'k weer terug wilde naar Enschede’. |
|
DEEL 3 |
|
Toen de eerste sterren opkwamen, het verkeer langs me heen raasde en ik over de brede “Elbe” brug liep, liet ik de grote stad met al z’n mooie lichtjes achter me en stapte snel door naar de eerste benzinepomp in de hoop een lift te krijgen. Toen dat niet lukte vroeg ik aan de bezinepomphouder of ‘k eventjes in een stoel mocht zitten rond een tafeltje. Het was rond 8 uur s’avonds. Ben in slaapgevallen tot de volgende morgen dezelfde tijd maar toen was er een andere pompbediende. ‘K liep naar buiten en had het geluk een lift te krijgen van een vrachtwagenchauffeur die naar Ahaus ging, vlakbij Enschede. Wat een geluk. In Rheine, het was al na de middag, ging ik eruit om naar Lingen te liften om Gabrielle te zien. Dat is echter niet gelukt. Vandaar liftte ik tot de grens bij Denekamp. Het was toen zo’n half 8 ‘savonds. Daarna geen lift meer gekregen en naar Enschede gelopen. Zo’n 3 uur in de nacht klopte ik bij m’n moeder aan de deur en heb alle restjes uit de potten opgegeten en ben toen in slaap gevallen. ‘K schreef nog altijd met Gabrielle en ze schreef me hele mooie en lieve brieven terug, maar ze wilde niet meer en ging naar Heidelberg studeren. |
![]() |
|
Zo rond augustus 1966 kwam de eerste
plaat van de Honest Men uit “But tomorrow”. Wat was ik trots.
Het was een mooie tijd “A very last day”, “Too
many people” The Hollies, “Last train to clarksville”
Monkees en dan de controversie Beatles, Stones.
Bob Dylan “Like a rolling stone” de muziek drong door tot
diep in je porieën,
je werd erdoor geraakt. Boudewijn de Groot, “k ga nu de jaren een
beetje rond. Mijn plaat was “ben ik te min” van Armand. Dat raakte
me zo diep, dat ik werd geïnspireerd om m’n eerste eigen song, dat
in feite een soort protestsong is, te schrijven. M’n broer Eduard
gaf er jaren later een positieve draai aan door er twee zinnen aan
toe te voegen, zo mooi, Dus
is het in feite een E.Hanauer/H.Hanauer compositie geworden: |
![]() |
Leven Wat had het leven voor zin, Je zag er helemaal niets in. Je moest naar de kapper, Hij was voor mij een grote gapper. Je haar moest eraf, het was voor mij m’n grootste straf. Wat had het leven voor zin, je zag er helemaal niets in. Waarom noemden ze ons een ander, want we leefden toch met elkander. Waarom verafschuwden jullie onze muziek, waren wij soms minder met onze kliek Wat had het leven voor zin, je zag er helemaal niets in. Je moest naar de kapper, hij was voor mij een grote gapper. Je haar moest eraf, het was voor mij m’n grootste straf. Wat had het leven voor zin, je zag er helemaal niets in. De mensen zeiden vaak, jij bent gek, gedraag je toch net als ieder ander. Doe gewoon dan doe je toch ook al gek genoeg, want jij ben net zo’n wilde. Maar toch had het leven wel zin, Dat zie je nu wel in. |
![]() |
![]() |
![]() |
|
‘K heb dat lied later ooit eens op een talentenjacht bij “100 jaar Stork” in Hengelo(O) gezongen in 1968 waar de Indeeds de eerste prijs wonnen, toen speelde ik in Teach-in. Begin 1967 toen ik bij m’n vader was, was Eduard zanger in de Defaints, een band met Alex Blauwbroek, Gerrit Meierink, die later vervangen werd door Frans Schaddelee, Margot Wilmink, Pietje Wilmink, Appie Timmer, ‘k mag iets door elkaar hebben gehaald. Ze oefenden bij Alex Blauwbroek in de garage . Eduard schreef me ook over de nieuwe plaat “In my room” van de Honest Men. Toen ik terug was kwam ik er ook bij. We hadden ook een manager, Gettie Reuvers, die altijd trots op zijn Puch kwam aanrijden en eens bij hem thuis, bij het zoeken naar een naam kwam hij met de konijntjes aan. Z’n vader en moeder waren ook erg enthousiaste mensen. Ik denk dat we aan Gettie kwamen door Alex, die een oogje op Anja (Gettie’s zusje) had. Gettie’s grotere zuster, Yvonne, was Henk Tukker’s vriendin die ook weer vlakbij ons woonde. De eerste optredens van the Rabbits waren op één dag, S’middags bij |
|
cafe Bos aan de Kuipersdijk en s'avonds tesamen met de Black Devils van Max Gout in het zuiderspoor. Het was niet echt druk maar wel een hele belevenis. Frans had iets met z’n hand en Max Gout baste daarom ook bij ons. We hadden in die weken ook een optreden voor een school bij de haven, naast de spoorlijn Enschede-Hengelo en dan hadden we een optreden in Beppo’s Expresso’s in Lingen/Ems alwaar ik hoopte Gabrielle nog een maal te zien. Ze kwam niet waarna ikzelf een week later naar Lingen ging met de bus naast haar huis op het dak van een schuurtje klom om een glimp van haar op te vangen in de achtertuin, toen was ik teleurgesteld en tevreden tegelijkertijd , ‘k had haar temminste gezien, nam een taxi naar huis , wat DM60,- , van Lingen tot voor de deur van het Acaciaplantsoen. Dat was zo’n beetje het gehele loon van de gebr. Nijhuis houtbedrijf aan de Oldenzaalsestraat, alwaar ik werkte. Kort daarna kwam de wrat weer onder het midden van m’n voet, die eerder in Lingen uit m’n voet was getrokken. “k zei tegen meneer Nijhuis dat ik gewoon weer op het werk zou komen gelijk na het uittrekken op de polikliniek. “k ging naar huis om m’n werkplunje aan te trekken , had net de fiets gepakt en de verdoving was uitgewerkt, dus ging ik gelijk in de ziektewet want ik kon niet meer lopen. Het was woensdag en diezelfde week hadden wij een optreden in onze eigen speeltuin Acacia.. Was dit al met de nieuwe Rabbits? In den beginne was er ook een gitaar in omloop, gebouwd door ene Edo Rijkeboer en ik kocht m’n eerste elektrische rode gitaar bij Wibië aan de voortsweg. Een aardige man. M’n gitaar was op afbetaling. Ik kan me het merk niet meer herinneren, ‘t Klonk allemaal zo enthousiast over m’n Vox AC30 die ik toen had. We huurden onze installatie van Arend Assink. In den beginne gebruikten we ook een bakfiets en gewone fietsen om naar de speellocatie te gaan, |
|
|
als het niet te ver weg was. De nieuwe Rabbits was een feit: Jannie Talman ging over van de Dots om te drummen, op RKB Tromsa en Chris de Wolde kwam van de Larks. Nadat we in 1964 terug waren bij m’n moeder en altijd muziek luisterden, lazen en muciseerden, ontstonden er eigen composities. Daarnaast had ik m’n eigen hit-parade express, de Jack stone top 10, elke dag gezongen en dan op gevoel, dat was iets anders want je zong later ook plaatselijke favorieten die niet in de gebruikelijke hitparades stonden. Daarnaast begon Eduard zijn eigen muziekblad “Songstar”, met eigen verhalen en ik deed |
|
|
dat met mijn muziekblad “Song”. In die tijd, 1964-1966, had ik nog
steeds contact met m’n vroegere vriend Jan van Coeverden die toen
nog in Delden woonde. Andere namen die ik me herinner zijn; Wim
Hietbrink, Henk ter Brugge, Gerrit Bakhuis, Henk Lantink, Jan Willem
Rouweler, Dickie Rouweler. Oh ja, ik was verliefd op Gerda
Bolk, tweelingzusje van Janneke. Nog wat namen; Hermien Brinkate,
Joke Vos(het meisje van de slager) Arno Franken(van joodse les, die
één dag
eerder verjaardag had dan ik) Titus Leuning(ULO Woolde) Weer terug
naar de Rabbits. We gingen naar de optredens per bakfiets en fiets
in 1967. De speeltuintjes was een leuke tijd om zelf te spelen en te
kijken naar andere bands. Acacia was thuis voor mij. Het had
zelfs een podium en was gezellig klein en daardoor snel vol. ‘K kan
me herinneren dat Highway 61” er speelde met “Roadrunner” van
de Pretty Things. De Indeeds zag ik een beetje als de
Enschedese Stones. Ze hadden ook iets opwindens over zich. Dan
speelden we bij Don bosco. ‘k weet nog wel dat er een kapelaan was |
|
ergens bij de Bijenkorf, kapelaan Jacobs, een erg aardige warme persoonlijkheid die een hart voor de jeugd had. Dan was er speeltuin de Voortsweg waar we ook speelden. Een van de hoogtepunten van ons Rabbitsoptreden was de oudejaars zondagmiddag in Modern, waar het altijd stampvol was. De Buffoons speelden daar geregeld maar die waren ook beregoed met Ivy League en Beach Boys repertoir. |
|
|
Rabbits |
![]() |
|
MODERN |
||
|
Buffoons |
|
|
|
hem thuis en wij, speciaal ik, waren niet afkerig van een pilsje en een jenevertjes. Als ik even over die drempel was dan wist ik niet meer van stoppen. De eerste pilsjes dronk ik bij Bouwhuis, het tunneltje. Ik heb het geweten bij Henk Tuuk. Op een bepaald moment moest ik naar de W.C., nam uit gekkigheid een helm van de kapstok, zette die op m’n hoofd, ging op de W.C. zitten en ben met helm en al in slaap gevallen op die pot. Ze hebben de deur open moeten breken en de volgende dinsdagmorgen stond ik met een kater aan de lopende band bij Ringo aan de broekheurneweg. Met oudjaarsavond, eigenlijk de gehele kerst tot na nieuwjaar, bracht m’n moeder de tijd door bij haar onderduikadres in Beerseveld bij de familie de Bruin. Dat gebeurde een aantal jaren achtereen waardoor wij de “party’s”feestjes bij ons boven konden houden op Acaciaplantsoen 43. Zo kon het gebeuren dat een schuinonder buurman, Gijs Leuverink, gezellig binnen kwam om bakken te vertellen, zo ongeveer een paar bakken voor een flesje bier en dat was erg gezellig want hij wist velen aan het lachen te krijgen. Een andere leuke herinnering is dat de liefde van Addie en Anske Rietman, Addie werd organist ergens lente 1968, in m’n moeder’s huis werd bezegeld (glimlach) op aangename wijze en Jannie en Alie Talman kenden elkaar al, |
|
|
Eduard en Liesje Tapper waren ook twee leuke tortelduifjes. Zelf was ik een beetje verliefd op Klaaske Blijleven, maar ik denk dat die verliefd was op Chris de Wolde. Het was een leuk groepje mensen bij elkaar, Gerrie, (Alie’s vriendin)Joke, (Klaaskes vriendin) en Geesje Tapper. Het was zo’n leuke hechte groep die ook met elkaar op vakantie ging naar Ommen in de zomer van 1968. “k was wel uitgenodigd maar ik was meer, wat men noemt een ëinzelganger”. |
|
d e z o m e r v a k a n t i e v a n 1 9 6 8 |
|
|
![]() |
|
|
|
|
gezongen en zangles aan de Buffoons gegeven die in 1967 al met “Tomorrow is anotherday” in de Veronica top 40 hadden gestaan (ja zelfs de top 10). Toen ik uit de Rabbits was kwam Teach-in en vroeg mij als basgitarist. Een leuke tijd. Toen ik nog in de Rabbits zat heeft Teach-in hun waarschijnlijk eerste optreden bij ons in het speeltuingebouw op de laares gehad. Toen veel later in 1975 ik met een latere band Spenser ooit eens op een Engelse legerbasis in Duitsland speelde en ik op het nieuws hoorde dat ze het Eurovisiesongfestival hadden gewonnen voelde ik me wel trots, terugdenkend aan het begin. Met Teach-in repeteerden we bij Johnny Snuverink thuis in de slaapkamer aan de Robersstraat. Vijf enhousiaste jongens. Henk westendorp,zanger(z’n vader vertelde me ooit eens dat hij Rinus van de Lubbe in de kost had gehad voordat ie naar Duitsland ging en zeer waarschijnlijk ten onrechte van rijksdagbrand beschuldigd werd, omdat het in scène zou zijn gezet) Johhny Snuverink gitaar, met een heel enthousiaste vader, Koos Versteeg orgel, (die later ooit eens een hele achtergrond muziekband voor m’n eigen half uur show als Jacky Flower, die ik maar één keer gedaan heb) arrangeerde, alwaar Gerrit Trip op een nummer de sologitaar in gespeeld heeft.) en Rudie Nijhuis op Drums. We speelden dat de vonken er vanaf vlogen en Henk(die later helaas tragisch na een verkeersongeval is overleden) versierde altijd de mooiste meisjes, of misschien versierden de meisjes hem wel. Het was erg leuk met hem show te maken en te genieten. Zo vroeg hij me eens op het podium de Nederlandse vertaling van “Dogs”van de Who. ‘K sprong op een stoel en zij “woef” in de microfoon. Een |
|
van m’n favoriete nummers was “ Yummy yummy yummi” van de Ohio
express. In die tijd met Teach-in ontmoette ik Albert
Mastenbroek, die we “Appie”mochten noemen. Appie werd onze
Road-manager. Hij was altijd vrolijk en goed gemutst. Zo kon het
verkeren dat we in zomervakantietijd in 1968 met z’n vieren , Appie,
een zekere Jantje met bril, z’n vriend Alwies Nijhuis(broer Peter
Nijhuis was ook een tijd road-manager bij de Rabbits) en ik naar
Amsterdam gingen met de trein. We hingen daar wat rond en genoten
van die vrijheid. Op de dam was het al gezellig , een vrijheid
enclave van hippies, was ikzelf een hippie? Ik voelde me wel happy.
Kan me wel herinneren dat het in ’68 nog niet geoorloofd was te
slapen op de dam, dat kwam in 1969. Er waren mensen op de dam,
terwijl ik daar was, die het niet leuk vonden dat andere mensen
foto’s van ze maakten en gebruikten dan spiegeltjes om voor de
tegenreflectie. De nacht bleven we rondlopen. Ik kan me wel
herinneren dat ik net tegenover het centraalstation op een stoel van
een terrasje wilde gaan zitten, dat er een man opstond die mij met
een opgeheven ijzeren stang onverwacht bedreigde op het moment dat
ik net wilde gaan pitten. ‘K heb m’n stoel naar het gegooid en ben
weggerend. Daarna ontmoette ik de andere jongens weer bij het
centraalstation. We lagen daar op de grond en vielen in een doezel
en plots was daar een politiebusje met geopende deuren met een warm
welkom om mee te gaan. We waren minderjarig en dit was landloperij.
Jaren later in 1978 toen ik voor m’n Nederlandse paspoort bij
naturalisatie de commissaris van de koningin in het Almelose
gerechtshof moest komen zei diegene dat ik een goede geschiedenis
had, behalve dan de gebeurtenis van de landloperij , maar dat stond
m’n naturalisatie niet in de weg. Wij dus in dat politiebusje met
z’n vieren naar het bureau Warmoestraat alwaar we allen op de grond
moesten zitten, terwijl de agenten een lekker hapje aten en koffie
dronken. Daarna gingen we naar de gevangenis aan de overtoom waar
vingerafdrukken werden genomen, een foto werd gemaakt van de voor en
zijkant van m’n gezicht en we de veters uit de schoenen moesten
halen. Daarna ieder in een cel. Het voelde koud en leeg aan.
Een harde bank om op te slapen. Na een uur of zo werden we
overgebracht naar de kindergevangenis ergens anders in Amsterdam
waar we twee bij twee in een cel met houten wanden mochten, dus we
konden tiksignalen naar elkaar geven. Heb daar genoten van de
lekkere kop melk en een paar boterhammen met hagelslag. |
|
Later in de middag tussen vijfen en zessen werden we met een busje naar het centraalstation gebracht en op de trein gezet met de boodschap niet meer in Amsterdam te komen. Wel moest ik me bij aankomst bij de vreemdelingenpolitie melden dat ik weer in Enschede was. De volgende dag besloot ik toch weer naar Amsterdam te gaan, Via Ommen, even de Rabbits op de camping hallo zeggen, wat gezellig was, en toen via Zwolle weer door, ja…naar Amsterdam, want ik hield van Amsterdam. ‘K weet niet of het zo is maar iemand vertelde me eens dat als je in Amsterdam in een volle tram kwam dat men zei dat er nog wel plaats was terwijl men in Rotterdam zei, er is geen plaats meer, of het zo is….? ‘K zag er dit keer |
|
heel anders uit. Had m’n gestreepte geel, wit, bruin, zwarte broek aan, een zonnebril met spiegelglazen, die toen net nieuw waren, had een zeemanspet op, een zwarte met witte bovenkant met een anker aan de voorkant, en een pijp in de mond. Zo wandelde ik die late namiddag voorbij bureau warmoestraat en voelde me daar goed bij. Diezelfde avond belandde ik in “Fantasio” waar mooie psychedelische lichteffecten over de wanden dwarrelden en alhoewel ik mezelf niet bewust was van mariuhama, ik wel genoot en zweverig werd van die heerlijke zoeten geuren overal om me heen en lekker wegdroomde , zelfs een mooi meisje met haar hoofd op m’n borst had liggen en daar lekker van genoot. Hoe en wanneer ik naar Enschede kwam weet ik niet meer, wel dat ik later ooit eens met Henk Westendorp een paar leuke meiden ontmoette in “Lucky Star” op een zondagmiddag. Ze waren allebij gek op Herman Brood, toen nog pianist bij Cuby and the Blizzards, en dat ik zelf twee favoriete Nederbeat LP’s had: "Introdution" van The Motions en “Winter harvest” van de Golden Earring, die ik ooit eens in het |
![]() |
|
Beetshuis (Hengelo(o)) heb gezien. Dan was er ’t speeltuingebouw “de Boemerang” en de Thorbeckelaan resp. in Hengelo en Almelo. Met Teach-in speelden we ook geregeld en onze manager was Henk Tukker, een leuke jongen die een paar huizen van ons af woonde in ’t Acacia. Oh ja, net voordat ik uit de Rabbits was hadden we ook ons eerste busje met de naam erop geschilderd en naast manager Gettie Reuvers Roadmanager Carrie Asbreuk (later leidinggevend in de sloep) Eind 1968 kreeg ik het goede bericht dat ik weer terug mocht komen bij de Rabbits, wat ik maar wat graag wilde. |
|
Teach-in heeft toen gelijk Frans Schaddelee als basgitarist gevraagd, dus werd ik ook basgitarist bij de Rabbits. Ons eerste optreden was 2e kerstdag, Rabbits en Teach-in tesamen in de “Oude Hoeve” waar iedere zondagmiddag muziek was onder management van meneer de Graaf , wiens zoon Hans vriend of klasgenoot van Eduard was. Even terug in 1968. ‘K was toen op de kermis in Hengelo waar ook de stijlewand (ronde stalen bol) aanwezig was. Terwijl ik daar tussen alle aawezigen voor dat podium stond, vroeg men iemand voor de hoofdact, het meerijden op een motor met zijspan, en ik kon ik de verleiding niet weerstaan. Mij werd gevraagd of ik horizontaal, vertikaal of allebei wilde. Allebei dus. Daar sta je dan onder in die koepel te wachten terwijl de andere motoren boven je hoofd hun kunsten uitvoeren. ‘k moest er niet aan denken, Voor één moment besef je dat je daar met de genade wan wie weet….staat. En dan het grote gebeuren, zoef, zoef….wat een ervaring ….applaus… voor wat. De rijder ja… dat was een kunstenaar. ‘K was een klein beetje duizelig…voor een momentje, en dat was het, maar wel leuk nu, naderhand. ‘k zou het nu niet meer doen. Oudejaarsavond ’68 op ’69. Stomdronken met Appie tesamen op straat in Enschede, mensen uitnodigen voor de fuif op ’t Acacia 43. Toen wij uiteindelijk samen de trap op stommelden, viel een van ons, duikelend naar beneden de ander kwam te hulp, armen om elkaar , toen gebeurde het net andersom. Wel gelachen later. We vierden altijd wat langer door en zouden noch op bezoek bij anderen en naar de fam.Velders(zangleraar) die aan de andere kant van Enschede op het Deppenbroek woonden. We hadden |
|
|
van die lekkere warme jassen aan die we bij Hennie’s dumpshop, aan de Kuiperdijk hadden gekocht. (wist ik veel, later hoorde ik dat het oude Duitse luchtmacht jacken waren) aan de binnenkant waren lekkere diepe zakken en daarin hadden we ieders een fles jenever of whiskey. Klopten aan bij het politiebureau om gelukkig nieuwjaar te wensen en gingen weer verder. Na de fam.Velders gelukkig nieuwjaar te hebben gewenst gingen we terug naar huis. Ergens in de Denneweg dansden we rond Chris de Wolde die wakker werd in de sneeuw, gelukkig nieuwjaar. In 1967 was er een hele warme zomeravond in juli of later, die mooie zomer van “All you need is love” op een zaterdagavond en Eduard en ik waren op een feestje op gezellig samenzijn met een paar meisjes. Ik kan me Willy Spaay nog herinneren en haar vriendin waar ik mee kuste in de Eikstraat. Maar hadden ook het plan die nacht met Gettie Reuvers te kamperen in zijn tent die al ergens gereed stond ergens onder de bomen in ’t Roerink bij Buurse. Rond 11 uur gingen we op weg. Eduard en ik met de fiets en Gettie op z’n Puch. Het was warm en het was al aan het weerlichten en op de Buursestraat ergens |
|
kreeg Eduard een lekke band. ‘k zij, ga jij maar met Gettie en wacht niet op mij, ik kom wel. Z’n fiets in de sloot gedumpt want het begon flink te onweren en te bliksemen. Herinner me ‘t, ‘k voel het zelfs nu ‘k er over schrijf. De bliksem sloeg overal, voor en achter m’n fiets, in. Geen andere keus dan doorfietsen en later helemaal nat. Maar goed, blij en dankbaar aangekomen. Wat is die natuur toch immens groot en wij zo miniscuul klein. Begin 1969 met de Rabbits was ik verliefd op een heel lief mooi meisje met wie ik een hele mooie korte tijd had. We kusten in het padvindersgebouwtje vlak bij de Rembrandtlaan waar wij met de Rabbits repeteerden. (Herinner me nu ook de cromhof 1968, tesamen spelen Rabbits, Teach-in en Highway 61’) Ze kwam wel eens langs m’n werk , Ringo Oldenzaal, waar in toen werkte, om me even een kusje en omhelsing te brengen, en dan ging ze weer. Ze was een prachtig meisje, Gea Stolverink uit Losser. Bij de Ringo werd ik ontslagen want sommige mensen gooiden klinkers naar m’n hoofd aan de lopendeband met van die tuinmeubels, totdat ik twee volle handen teruggooide op het goede moment want de grote baas zag het en ik werd op staande voet ontslagen. Daarna heb ik bij de Unimeta, achter het nieuwe politiebureau, gewerkt aan de lopende band met de voorziening van stoelleuningen, bokken vol. Er was een zekere meneer Bruil (later heb ik nog eens voor hem gewerkt bij een andere Unimete vestiging) die stond altijd met z’n armen over elkaar en dan een appel te eten en het gevoel gaf op m’n handen te kijken. Op ene maandagmorgen dacht ik, (ik had altijd genoeg bevoorrading , werkte hard) dat kan ik ook. Dus een half uur later zat de hele band op het achterwerk. Hij zegt, Hanauer, wat is dat. Ik met m’n armen over elkaar, Als u dat kunt ,kan ik dat ook. - E R U I T - . Toen kon ik tevreden gaan, er was toch nog kermis, dus genoot ik daar wel van. Met de Rabbits |
|
ging het goed. We hadden een nieuwe manager, Gerard Alting, een vriend van Rein Muntinga(manager) die ons behoorlijk wat werk bezorgde. We speelde in het Roergebied, Apeldoorn, Steenwijk, meppel, Arnhem, Nijmegen, noem maar op. Eens was het erg glad en werden we door de First Move(die een goede single hadden met “My love is gone”, we speelde in hun voorprogramma in schouwburg Irene) op sleeptouw genomen. Wij hadden in Arnhem gespeeld en zij in Nijmegen. Ons busje begaf het in Dieren. Wat een geluk. In Lochem was toendertijd een automaat met croquetten waar wij het geluk hadden meerdere croquetten te eten voor één kwartje. Heerlijk als het zo koud is. De volgende morgen na een uurtje slapen gewoon weer naar het werk. Wat deed het ertoe, je voelde je gelukkig, je was verliefd. Nadat we een talentenjacht hadden gewonnen en zelfs een platencontract in het verschiet, gingen we uit elkaar. Waarom, ‘k weet het niet. Later in augustus 1969 een weekend in Amsterdam. Zomerse zaterdagavond in Paradiso. Een optrteden van Pink Floyd. LP Umma Gumma, heel veel mensen. Midden in de mensenmenigte op de trappen, zowat boven, iemand naast me viel. Hielp hem of haar weer op de benen en nwerd zelf van de benen gelopen. Heel veel mensen die over me heen liepen. Voelde me geradbraakt toen ik onder aan de trap lag, stond weer op en had m’n zandalen slipper verloren. Kwam uiteindelijk bij de kassa en vroeg of er ook schoenen waren gevonden. Er was een paar zandalen , waar ik lang van heb genoten en van Pink Floyd natuurlijk. In 1969 |
![]() |
|
werkte ik bij Vromen plastic al waar ik George v. Stockhausen heb leren
kennen en later nog alle andere broers en zusters, dank je wel lieve
familie. In 1969 was ik ook bevriend met Herman Cousijnsen, een
vriendschap die jaren zou duren. Kan me herinneren dat ik met Herman
(misschien wel met meerderen) naar het popfestival in Eerbeek ben
geweest. Nog iemands naam die te boven komt, Gert Jansma(63
ULO-Woolde) en Cees van Leuwen(65) Ooit had ik eens een
racebrommertje vol met PROVO en Q65 en veel meer erop geschreven.
Een witte met zo’n mooi Puch-stuur en racen dat ie deed. ‘K werkte
toen nog bij gebr,Nijhuis, maar dan in Lonneker. Lekker scheuren. Er
moest race olie in de JLO motor. Een keer stoof ik m’n werk uit over
de Oldenzaalse straat. Net niet onder een auto. Toen werd ik
voorzichtiger. Het was in de tijd van de popfestivalletjes bij
Saasveld. Ong.aug.67, de Tee-Set en Full House. Het was erg
indrukwekkend, Hans v.Eijck op z’n Hammond. Basgitaristen schenen
persoonlijkheden te zijn die indruk op me maakten. Bob Luiten met
z’n diepe basstem , Johan Aldenkamp waar ik altijd een sterke band
mee had en Toontje Hebink wiens show me altijd boeide. Andere
muzikanten, Beppie Kamphuis’s warme sologitaar, Sjoerd
Schuitemaker’s prachtige pianospel, Eduard Hanauer, m’n lieve broer
met z’n mooie stem, waar ik wel eens jaloers op was, wat ik hem ook
later verteld heb want ik wilde best graag zanger zijn. Dan was er
ook Hennie Lubben met z’n warme persoonlijkheid en Henk Westendorp
met wie ik het podium heb mogen delen en ook iedere keer 100 procent
vol enthousiasme was. Ook was er iemand die wist dat ik griep had en
er werd een hele mooie fruitmand bij ons afgeleverd aan de deur.
Ergens is nog iemand die ik daarvoor nog hartelijk wil bedanken. En
dan waren er Siegfried Carels en Hans van Munster met Propotion en
een eigen geschreven song “Toy Duck”. Van de bekende grote bands
enkele favorieten persoonlijkheden; Ringo Star van de Beatles, Brian
Jones van de Stones, Pete Townshend (waarvan ik heel veel inspiratie
kreeg) en Keith Moon v.d. Who, The Kinks en The Small Faces. In
feite heb ik een song geschreven over het mooie gebeuren geschreven
met de titel,
|
|
With our rockin souls John, Paul, George and Ringo, Made the Beatles bingo. Bob Dylan so freewheelin, Gave inspiration so fulfilling. We where young and full of cheer, The Rolling Stone at full gear. Mick, Keith , Brian, Bill and Charlie in store, Around nineteen sixty four. The Who, the Kinks and the Small Faces, The Animals, swinging Blue Jeans. The Dave Clarck Five, Manfred Man golden ages, We felt like teens, rockin’all over the world. Ike and Tina Turner’s deep river Mountain High, Norman Greenbaum’s Spirit in the sky. James Brown song I feel good aha aha, I got you babe, out of your chairs. With an rockin’souls, cold as ice, hot as coal Martin Luther Kinh, had a dream, Elvis song Glory Haleluja. Janis Joplin’s singing scream, Imagine John Lennon died. A little tenderness from Otis Redding, Jewel Aken’s Shotgun Wedding. Who song about the birds and the bees, And the flowers and the trees. And there’s still fighting, Suicide bombers from hell. Please ring the bell, To knock knock knock on heaven’s door. Please stop dictating. Surpressing controlling. Cause the free souls, Keep rock rock rock rock and rollin. With our rockin’souls, cold as ice, hot as coal, Talkin’ about, talking’ about, talking’ about my generation. During Sympathy for the devil, Brian Jones went to another level. While the wind cried Mary, Dear Jimi Hendrix went very merry. Jim Morrison, Riders on the storm, Hello, I love you, groupie girl. Frank Zappa and Mama Cash, Keith Moon went in a flash. With our rockin’souls, cold as ice, hot as coal, The Beach Boys and the Byrds, The Blues Brothers song good words. Pretty babes in mini shirts, E’verybody needs somebody to love. Simon and Garfunkel, Diana Ross and the Supremes, Cliff Richard and the Shadows Roy Orbison and Buddy Holly, Took Just one Look, then heard the Hollies. With our rockin’souls, cold as ice, hot as coal, With experience and intension, For the ones still here and wherever else to mention. Is this tribute to all the other, Rock’in rollin’sisters and brothers. We wish y’all stairway to heaven, Make love not war. ‘Cause the free souls, Keep rock, rock, rock , rock and rollin’. With our rockin’souls, cold as ice, hot as coal, Talkin’ about, talking’ about, talking’ about my generation. The Monkees, Fortunes and the Bee Gees, Herman’s Hermits, Dave, Dee, Dozy, Beaky, Mick and Tich. The Searchers, Tremeloes, Cream and Pink floyd, John Mayall, Summer in the city. With flowers in our hair, From San Francisco bay to Amsterdam. Yeah, love was in the air, And we felt oh so rich, for your love. With our rockin’souls, cold as ice, hot as coal, Talkin’ about, talking’ about, talking’ about my generation. What’s new pussycat? |
|
|
|
|
![]() |
|
trein terug en een lekker bakje erwtensoep en een croquetje uit de muur in Amsterdam. Het leven was goed, nu nog…, je rolde van het ene in het andere moment. Eduard en ik waren bevriend met Benno Slag. Met Benno en een leuke Gerrit Geels, hij was op een of andere manier altijd wel iets van plan wat door mij als lol werd ervaren. Op een donderdaagse koopavond gingen we eens op een mobylette. Gerrit rijden, Benno Slag op het stuur en ik achterop door de stad. De olijkheid zat in z’n stem en z’n gezicht. Ook zijn Eduard, George van Stockhousen en ik ooit eens naar de Hollies in de Frieslandhallen in Leeuwarden geweest. De tijd van “Hollies sing Dylan” met in het voorprogramma Consortium, met “All the love in the world”. Na de tijd zagen we Rob Hoeke in de bar. De volgende morgen bij het station maakte een oude man George aan ’t lachen met ”bij nog nog niet oet bééé”. Een nummer met een mooie herinnering. Lopen en liften in de latere sixties. Klein transistorradiotje met muziek en je rijk voelen als je radio Veronica, radio Noordzee, radio Caroline, radio London enz. kon ontvangen, en dan een song als “Something in the air” van Thunderclip Newman, mooie blauwe lucht. Zo kwam ik op een zondagmorgen terug, liftend, van Texel in Zandvoort terecht alwaar ik op het strand wat aardige mensen ontmoette en aan een stenen pijpje mocht trekken. Wat ’t is geweest weet ik niet want het ging allemaal zo snel. Ik wist niet meer waar ik was, ben gaan lopen en kwam alsnog met de laatste trein terug naar Enschede. |
| DEEL 5 (slot) |
| In 1968-69 heb ooit een tijdje bij Texoprint in Boekelo als filmdrukker gewerkt in drie ploegendienst. Ze vroegen je wel eens om over te werken en kreeg je een lekkere halve haan, waar ik dan intens van genoot. Na de nachtploeg ging ik wel eens zwemmen, in ’t overdekte Diekman, voor het slapen. Totdat ik opeens een advertentie zag met grote verdiensten. Kon direct beginnen. Praatte met Texoprint, die me vroeg te blijven en me een goede toekomst aanbood als filmdrukker. Eens botste ik met mijn bips op een verkeerd knopje en de hele band kwam stop te staan en moest worden gerepareerd zodat wij wat tijd hadden om rond te lopen tot we naar huis gingen. Ook herinner ik me “Ringo” aan de Broekheurneweg alwaar men mij vroeg om die pan met gaatjes te gaan zoeken op een andere afdeling met het gevolg dat ik de “domme august” rol kon vervullen om rond te lopen en zo m’n vrijdagmiddagloon hebt kunnen verdienen. Afijn, Nadat ik bij Texoprint wegging om naar m’n job met grote verdiensten te gaan, was ik na één dag weer thuis, want ik moest langs de deur gaan in Ahaus of Alstätte. We werden daar afgezet en na ieder deurbelletje vertelden we dat we studenten waren die punten voor het nieuwe semester konden verdienen door het verkopen van tijdschriften. Nu, dat lag me niet, dus kwam ik de volgende dag bij de socialedienst terecht alwaar ik met tussenpozen geregeld m’n geld mocht ontvangen. Het Rabbitstijdperk was ten einde. Eduard kwam wat later in de Gronause band the Cats of Catch als zanger en ik ging wel eens mee. Ze hadden dubbele hals-gitaren die uniek waren voor die tijd. We gingen langzaam over naar een nieuw decennium. Ik denk dat in de laatste honderd jaar geen decade zo’n grote verscheidenheid van songs zo dicht bij elkaar was. Het jubelde voor mijn gevoel op de gitaren. Kijk eens naar de singles van de Hollies en zie de grote gevarieerdheid in iedere song. Vooral de drummer Bobby |
| Elliot, die ook goed in jazz schijnt te zijn geweest. Iedere hitsingle hoor je hem andere dingen doen. En dan Keith Moon van de Who, fantastisch. ‘K vraag me zelfs wel eens af of Herman Cousijnsen daar z’n inspiratie van heeft gekregen.(Heb ‘t hem nooit gevraagd.) eens speelden we met de Rabbits in het Lonneker dorpshuis op een zaterdagavond en we waren allemaal met personenauto’s. Er bleek geen plaats genoeg te zijn en iemand kon er in de kofferbak, dus dat avontuur wilde ik wel aangaan. Het is wel een gevoelsrit. Eén ervaring was wel genoeg voor mij. Het foto’s maken was ook altijd een leuke ervaring en er was een fotograaf voor de meeste bandje. Herman Mulstege is een joviale goser die altijd goed humeur met zich meebrengt. Nu wil ik ook een grote dank uitspreken voor Hennie Schiphouwer, zanger van de Indeeds, (die me in latere jaren ’80 geweldig heeft geholpen met foto’s in m’n “Jacky Flower" tijd, zowel voor de promotie van de plaat “Amnesty International” en andere promotionele foto’s) en de warmte van de toenmalige st.John’s Soul Clan leden, George Elias en Arnold Waccary, waar het prettig tesamen mee spelen was in o.a. Balance, |
|
| Spenser, Holywood in de zeventies. September ‘69 het ik een nacht op de Hengelose kermis geholpen de skelterbaan in te pakken. Eerst op de rand balanceren en het dak afbreken en later de grondplaten, die waren het zwaarst. Het lekkerste was die eerste bak koffie, s’morgens op het station, voor dat ik naar huis ging om een paar uur te pitten en dan s’middags een lekker pilsje in de Oude Hoeve bij het genieten van de muziek. Nu heden te dage worden we nog wel eens geïnspireerd door “tribute-bands” van vroeger . Zo is hier in Australië een Status Quo tribute band waarin een echt lid van de Status Quo zit. Beregoed wat me inspireerde tot de tekst “ Rockin’and Rollin” waarvan de muziek door m’n vriend Thomas Babakobau werd gemaakt, |
|
|
We might get old, we might get bold, We might get grey, but we will stay. Rockin’and Rollin’,Rythm and Beat Rockin’and Rollin’, with the dancing feet Rockin’and Rollin’, blow the blues away. Rockin’and Rollin’, forever we will stay. We had our whirls, oh boys and girls. We had our cheers, we had our beers. We got around, while we were stoned. We were tipsy, we were high. We all got through, the ebbs and tides Rockin’and Rollin’,Rythm and Beat Rockin’and Rollin’, with the dancing feet Rockin’and Rollin’, blow the blues away. Rockin’and Rollin’, forever we will stay. We might get old, we might get stiff. We might get bold, yet we are giff. We might get old, we might get bold We might get grey, but we will stay. Rockin’and Rollin’,Rythm and Beat Rockin’and Rollin’, with the dancing feet Rockin’and Rollin’, blow the blues away. Rockin’and Rollin’, forever we will stay. We’re rockin’gypsies, we might be tipsy. We might be high, high, high, high, high Rockin’and Rollin’,Rythm and Beat Rockin’and Rollin’, with the dancing feet Rockin’and Rollin’, blow the blues away. Rockin’and Rollin’, forever we will stay. |
|
|
P.S. voor de mensen in Delden en Hengelo die dit lezen , mijn naam was toen Herman Groenlijm. M’n tante deed dat omdat dat gemakkelijker was voor hun. Herman Hanauer |
|
|