Rabbits60.nl

EEUWIG JONG, EEN LEVEN LANG ?

Herman Hanauer


1. Glimlach op m`n gezicht
 


 
 
16 mei 1949, half twee in de vroege morgen, oftewel 1.30 a.m.(na middernacht) Ere aan m`n moeder die me begeleidde tot het moment dat ik het levenslicht mocht aanschouwen en ere aan m`n vader, die mededader was van dit heuglijke feit. Een dag die ik nooit bewust heb beleefd en toch kwam het bewustzijn in m`n leven. M`n eerste ademhaling, hoe zou dat gevoeld kunnen hebben? Even een nieuwe teug nemen, zo heerlijk opgevuld worden en dan bij de uitademing een glimlach op m`n gezicht. M`n eerste geluidje, hoe zou dat gevoeld kunnen hebben? Nu lach ik, raden maar...net als iedere andere baby een "meeeeeeeh" en een wereldlijk verlangen naar de eerste moederlijke omarming en de dorst naar de borst voor moedermelk? - Hoofdje, armpjes, beentjes, rompje, handjes en voetjes. Nu ik er voor

het eerst over schrijf, moet het toch wel een wonder zijn geweest en dat is het nog steeds. De wonderen zijn nog steeds in de wereld. Wie ben ik? Herman Hieronymus Hanauer. Waar ben ik geboren? In het RK St.Josephziekenhuis aan het De Ruyterplein in Enschede, het latere Stadsmaten-ziekenhuis. Hoe zag het er uit voor m`n geboorte?Voor zover ik weet ben ik naar m`n grootvader van m`n vaders kant  genoemd. M`n vader Gustav Hanauer kwam van een groot gezin met veel broers en een zuster uit Lingen / Ems-Duitsland. Ze leefden in vrede van een textielhandel in de Schlachterstrasze totdat in 1933 het totalitaire regiem van de nazi's de macht over nam en het leven daarna voor joodse mensen helaas compleet veranderde. Zodoende kwam m`n vader ongeveer in de lente van 1939 op een joods bal in Enschede terecht, alwaar hij m`n moeder ontmoette. M`n moeder Theresa Berendina Hanauer-Groenhijm, kwam uit Delden(o) van een slagersfamilie, de familie Groenhijm, die woonde in de Marktstraat 9. Mijn opa, haar vader, was naast slager ook muzikaal begaafd. Mozes Groenhijm speelde de klarinet. M`n oma, Carolina Groenhijm-Schlosser, die heel veel betekende voor m`n moeder, was geboren in Ahaus-Duitsland. Haar heb ik helaas nooit gekend, evenals m`n opa, omdat ze vermoord zijn. M`n moeder`s broer, oom Alex, die getrouwd

RK St.Josephziekenhuis aan het De Ruyterplein in Enschede
 

 was met tante Lenie Groenhijm-Bergh, was ook heel muzikaal begaafd en speelde viool en piano, evenals m`n moeder, die ook de gave van het gedichten schrijven mocht beleven. M`n moeder`s andere broer oom Bennie zou later in mijn jonge leven een grote rol spelen met z`n vrouw tante Clara Groenhijm-Jacobs, die uit Hengelo kwam en me later vertelde,hoe ze in ontzetting de Duitse vliegtuigen zag 

overvliegen over de Bornsestraat bij de Centrale en de Duitse legervoertuigen over de rails richting Almelo gingen. M`n ooms en tante Clara hebben een respectievelijke onderduikgeschiedenis. Ik noem hun omdat ze later in mijn levensverhaal voorkomen. Oom Bennie en oom Lex gingen van plek tot plek, van de Waarbekenweg in Hengelo(o) tot overal rondom Delden, bij families Smit, Lubberdink en Naafs. Er was sprake van een vluchtweg, via Frankrijk en Spanje naar Engeland en dan weer naar Nederland, maar daar is niets van gekomen. M`n tante Clara en haar moeder waren ondergedoken bij de familie Pompe, die ik later heb mogen leren kennen aan de Leeghwaterstraat, maar ze werden helaas verraden in 1944. Via Westerbork kwamen ze in Auschwitz terecht, alwaar zij en haar moeder bij aankomst op het perron uit elkaar werden gerukt. Op het perron stond dokter Mengele die selecteerde. Haar moeder heeft ze nooit weer gezien. Ze moest geweren in elkaar zetten, maar ze vertelde me dat ze er altijd in spuugde in de hoop te saboteren. Ze werden in 1945 door de Russen bevrijd. Omdat ze geen Russisch kon praten, tekende ze met een stok een Davidster in de sneeuw om hun

duidelijk te maken dat ze joden waren. Ze was niet florissant over haar weder-"ontvangst" in het Nederland van  net na de bevrijding, want ze voelde zich niet welkom bij haar thuiskomst. M`n vader en moeder woonden begin 1940 in de Noorderhagen. Op 3 februari 1940 werd m`n oudste zuster, hun eerste kind Helga Hanauer geboren, die nog in vrijheid mocht leven, totdat Nederland op 10 mei 1940 door nazi-Duitsland werd bezet. In die tijd vanaf de bezetting had m`n moeder grote steun van de familie Verhoeven, waarvan ik later de dochter Ida Verhoeven heb mogen leren kennen. Deze familie was een grote steun voor m`n vader en moeder in een tijd dat voorzichtigheid voor de joodse bevolking geboden was. De gele ster met het woord "jood" op de linkervoorkant van de jas moest worden gedragen en de nazi-Duitsers, toen "moffen" genoemd, met hun stampende laarzen door de straten op weg naar het badhuis marcheerden, alhoewel m`n moeder zei dat ze wel mooi zongen. Ook kon het gebeuren dat m`n moeder met de baby in het Volkspark wandelde en mensen uit respect voor de Davidster hun hoed afnamen. Op 11 april 1942 werd m`n 2e zuster Carla Hanauer geboren. De nazi-Duitsers hadden bepaalde reglementen en dat resulteerde erin dat joodse mensen herkenbaar moesten zijn door middel van extra namen in hun registratie. Zo heette Helga, Helga "Martha" Hanauer en Carla, Carla "Sarah" Frederika Hanauer. Toen kwam de tijd dat het beter werd om aan het levensbehoud te gaan denken. Via via werd dankzij het Nederlandse Verzet de mogelijkheid geboden om onder te duiken. Zo kwamen m`n ouders bij de familie Alfing in Den Ham en de familie De Bruin in Beerzerveld terecht. Oprechte dank aan al die mensen met hun goede daden. M`n zusjes Helga en Carla mochten in het ziekenhuis in Delden(o) onderduiken, waar ze tot de bevrijding hebben mogen vertoeven en toen het zover was doken ze op uit een papieren onderzeeŽr in de tuin van het ziekenhuis..Er werkte ook een "zuster" Fennie Hanauer. Tijdens de onderduiktijd bij de familie De Bruin hebben m`n vader en moeder wel eens in een put in een weiland moeten zitten ten tijde van razzia`s, met ingehouden adem, terwijl een herdershond er boven stond te blaffen. Op 9 februari 1945 werd m`n zuster Mieke Hanauer geboren, (nu beter bekend als Stephany). Onder de valse naam moeder en baby Smit kon ze rondlopen met Mieke(Stephany) in de tuin van het ziekenhuis, terwijl overal ook Duitse soldaten waren. Dankzij het verzet kon m`n moeder veilig terug komen naar haar onderduikadres en m`n zuster Stephany kwam veilig terug achter op de fiets helemaal van Almelo naar Beerzerveld in een sinaasappelkistje. Via het verzet kwam ze later bij Dokter Panhuysen uit Borne, naar wie een straat vernoemd is, terecht alwaar ze na de bevrijding verbleef. Ook speciale dank aan de kinderen van de familie De Bruin die heel dapper leerden hun mond niet voorbij te praten, dat er onderduikers in huis waren, want er waren immers ook landverraders. Het kon echter ook gebeuren dat iemand die als jong en soms,

naar later bleek een foute keuze had gemaakt, door als SS-er voor de Duitsers te gaan werken, terug kwam bij het verzet na de Slag om Arnhem en dan alsnog de kans werd gegeven zich te bewijzen voor het verzet. Nu, een van die mensen die heeft m`n moeder geholpen met lopen toen ze zwaar zwanger was door te zeggen:"Kom maar moedertje, steek je arm maar door mijn arm". Mijn vader en moeder hebben na de oorlog nog tesamen gewoond maar hij wilde weer terug naar z`n geboortestad Lingen/Ems. Een van z`n broers ,m`n oom Bernard wist nazi-duitsland te ontvluchten en deel te nemen als soldaat van het Amerikaanse leger bij de D-day invasie. Voor m`n geboorte hebben m`n zusjes Helga en Carla na de oorlog tesamen gespeeld met hun zusje Mieke (Stephany) in de speeltuin bij de Waarbeek in Hengelo zonder dat ze beiden van hun respectievelijke bestaan af wisten. Dat maakte diepe indruk op mij toen ik dat ergens later  heb gehoord. M`n moeder vertelde me ook dat aan de overkant van waar ze woonde direct na de oorlog, daar waar later de machinefabriek Koelink werd gevestigd, ex landverraders zoals SS-ers en NSBers werden gedetineerd. Dus tegenover waar m`n eerste officiŽle adres na m`n geboorte was en dat was Veenstraat 83 Enschede.


Enschede 1937

 

2.       Van blauwe Engel tot nieuwsgierige bengel.......
 

Vanaf ongeveer vier jaar na m`n geboorte kan ik me dingetjes herinneren en het allereerste was dat ik m`n broer Eduard, toen nog broertje, bij m`n eerste bezoek in het ziekenhuis eventjes in m`n armpjes mocht houden. Daar sta je dan, met zo`n nieuw wondertje in je nog zelf zo jonge leven. Het is allemaal zo kersvers. Het overkomt je en je weet niet dat het je overkomt en toch is het allemaal overgekomen en nog zo vers als toen in die vergaderplaats, daarboven in m`n hoofd, ook wel hersenen genoemd. Ook kan ik me herinneren dat ergens rondom die tijd, moet voor Eduard`s geboorte zijn geweest, m`n amandelen er uit genomen zijn. `k Zie het verzilverde van die grote bak, rondom m`n ogen, waarmee het allemaal gebeurde nog zo voor me. Daarin droomde ik weg. Toen ik wakker werd was er een vlijmscherpe pijn rond m`n keel en had ik heel veel dorst. Dus dronk ik heel veel sinaasappelsap. Het moet wel voor de geboorte zijn geweest want tijdens Eduard`s geboorte kwam ik bij m`n tante Clara in Delden terecht die op me paste en daarna zou ik weer terug gaan naar m`n moeder,
maar dat wilde ik helemaal niet want ik vond het zo fijn bij m`n tante. Tante Clara nam mij mee naar het mooie stationnetje in Delden waar we naar de binnenkomende treinen gingen kijken die me bijzonder boeiden. Je had toen nog de "Blauwe engel"een dieseltrein en dan had je de stationschef met z`n fluitje en het speciale bordje in de hand met aan de ene kant rood voor stoppen en aan de andere kant het groene sein voor vertrek. Dat was dus de reden dat ik graag bij m`n tante wilde blijven. M`n zuster Carla, die toen nog tezamen met m`n oudste zuster Helga bij m`n moeder woonde, vertelde me jaren later dat ze me maar een lastig en verwend jochie vond. Zij was in haar tienerjaren en nam me op m`n moeder`s verzoek af en toe een uur voor een rondrit in de TET stadsbus die toen een donker- wijnrood dak had en geel cremig
was aan de onderkant. De locale TET-bussen hadden dezelfde geel cremige onderkant maar dan met een soort donker-marineblauw dak. Zo had m`n moeder een uur rust van mij en was ik weer zoet. De bus stopte voor onze deur en zodoende konden we in en uitstappen voor de deur. Bij m`n tante kreeg ik chocolademelk. Ze kocht dat bij het kleine melkwinkeltje van de familie Verdriet aan de Kortestraat. Toen ik geen gewone melk weer wou drinken zei ze:" Maar dit is "witte"-chocolademelk",dus dan dronk ik het toch maar weer. Ook vroeg ik haar, terwijl ik naar haar borsten keek-Wat zijn dat? "Oh,dat zijn zwemblazen" .Wist ik veel.... Zo kwam ik op de kleuterschool aan de Zwanensteeg terecht,waar het iedere dag goed vertoeven was. Vooral het speelkwartier vond ik mooi. Er waren van die "grote" autobanden die je onder je handpalm kon laten rollen terwijl je er net overheen kon kijken als je er naast liep. Er waren schommels, een zandbak, glijers en dan was er juffrouw Zangers bij wie ik heel erg graag op haar schoot zat omdat ze zo`n lief gezicht had. Het was er zo knus en ik voelde me er zo behaaglijk geborgen maar dat duurde nooit zo lang, want ik probeerde de knoopjes van haar blouse te openen,wat het einde betekende van m`n "amoureuse" avontuur. Met de Sinterklaastijd was het altijd gezellig. We hadden warme chocolademelk en zongen liedjes en kregen cadeautjes. Toch was de Sint een man waar je wel ontzag voor had. Hij leek ergens heel streng,maar er was ook iets lieflijks en als het moment daar was en je heel schoorvoetend naar voren kwam en hij je dan met z`n diepe, maar toch zachte stem een hand gaf, met die mooie zachte witte handschoenen, dan smolt dat kleine beetje, van zou hij me niet... weg en bloeide er een warm genegenheid op. Ons kleuterschoolreisje was op een mooie lente of nazomerse maandag. We gingen met een bus naar het "Schaafje", een uitspanning  dat aan de grote weg  tussen Delden en Almelo lag. Het 2e en laatste kleuterschooljaar in 1955 ging juffrouw Zangers trouwen. Wij kwamen met de kleuterschool op het "Hoogspel", een uitspanning aan de rand van het Twickelse bos, waar we lekkernijen en limonade kregen.`k Nam een beetje treurig in m`n hart afscheid van haar maar hoop dat ze heel gelukkig is geworden en haar mooie engelengezicht blijft altijd in m`n herinnering. Datzelfde jaar ging ik voor de eerste keer naar de "grote" school. Ik werd gebracht en weer opgehaald door m`n tante. We zaten voor de eerste keer in schoolbanken. Het waren nog die ouderwetse "twee aan twee" banken waar je naast elkaar zat. We kregen de leesplankjes met het "Aap, noot, Mies". We leerden schrijven. Dipten onze schoolpennen in het inktpotje",dat in de bank zat. Onze schooljuf was mevrouw Bettman. Af en toe kwam ze langs met het stokje en zo kon het gebeuren dat iemand een "zacht" tikje over de vingers kreeg als hij of zij met "hanepoten" schreef. Het is mij een keer overkomen dus dat blijft toch altijd bij je. Toch vond ik haar een aardige juf. Ons eerste schoolreisje was ook op een maandag. Aangezien we met de 1e en de 2e klas in een klaslokaal zaten gingen we ook met de twee klassen gezamenlijk met de bus. We gingen met een ONOG bus. Een rondritje door Twente. Naar Hertme kan ik me herinneren, waar openluchtspelen waren. Eventjes moeten we beschermengelen hebben gehad want er gebeurde iets met de bus wat ik dus nu niet navertellen kan, maar me wel bewust van was en voelde dat het op het nippertje was.`k Weet nog dat
we zowat in de sloot terecht kwamen. De volgende twee klassen, de 3e en de 4e klas,de jaren 1958 en 1959, hadden we een hele aardige leraar :meneer Koppelman. hij had een vriendelijk lachend gezicht, zwart haar en een snor en baartje. Hij kwam altijd op een grote motor met zijspan naar school en woonde in Almelo. Nog later kwam hij in een lichtgroen driewielertje, zo eentje waar je de gehele kap van moest openen, om die daarna weer over je te laten zakken. In die jaren zijn we op schoolreisje geweest naar de dierentuin in Munster, op een mooie zonnige vrijdag. Onze "ouders" zwaaiden ons uit en we gingen met de bus. Het was ditmaal een blauwe TAD-bus en ik kan me de grens van Glanerbrug nog heel goed herinneren. De dierentuin was ook heel mooi. Vooral de chimpansees tijdens hun maaltijd op stoel aan een tafel ha ha ha... Toen meneer Koppelman de school verliet voor een baan in Hellendoorn zijn we daar later met een paar vrienden nog  naartoe gefietst om hem te bezoeken. In de 5e en 6e klas van de Openbare Lagere School aan de Molenstraat in Delden hadden we eerst meneer Mulder,die aan de Spoorstraat woonde. Hij ging met pensioen. Daarna kregen we meneer van den Bergh,die aardig was, maar toch vond ik hem een keer niet leuk. Er was een medeklasgenoot die niet al te goed luisterde,en werd eens aan z`n oor getrokken, dat helemaal rood aanliep. Verder heb ik
wel prettige herinneringen aan deze leraar. We zijn met hem op schoolreis geweest naar Rotterdam waar we naar diergaarde Blijdorp zijn geweest en daarna een rondtocht door de Rotterdamse haven, waar toen net het vliegdekschip de "Karel Doorman" afgemeerd lag. In die tijd had je net het lied "Zorrug, dat je er bij komt...",van ene Dorus tom Manders, dus dat was op zich een belevenis. Hoe was nu m`n leven op school, wie leerde ik kennen, vanaf de kleuterschool, de lagere school door en met wie en hoe speelde ik in m`n vrije tijd! Hoe was het leven thuis!
 

Later meer...

Rabbits60.nl