'De NBM nr. 17'  het verhaal achter de foto
Auteur: Addy Rietman, Poparchief Twente Maart 2019 In 1968 was de Enschedese popgroep The Rabbits (Rabbits60.nl) toe aan een nieuwe bandfoto. Fotograaf Herman Mulstege had daarvoor een mooi decor in gedachten: een oude tram die gerangeerd stond op een zijspoor van textielfabriek gebr. Jannink. Dichtbij stond een oude boerderij, 'De Cromhoff', waar regelmatig door bands werd gemusiceerd en gefeest. Ook de Rabbits hadden er hun repetitieruimte boven. Ruim 60 jaar later ben ik, als één van de muzikanten op de foto, eens in de historie van dit trammetje gedoken. Ik vond er nog verbazend veel informatie over waaruit blijkt dat 'de nr. 17' een bewogen leven heeft geleid. Lees hier de samenvatting. Utrecht In 1910 werd door de firma Allan & Co te Rotterdam vier elektrische motorrijtuigen geleverd aan de Ooster Stoomtram Maatschappij (OSM). Ze kregen de nummers 20 t/m 23 en waren bedoeld om dienst te doen op het smalspoor (1067 mm) van Driebergen naar Zeist. Ze waren crèmekleurig geschilderd, voorzien van een sleepbeugel en boden plaats aan 20 zittende en 12 staande passagiers. In 1915 werd aanhangrijtuig nr. 43 toegevoegd. In 1923/1924 werden de motorrijtuigen omgebouwd om dienst te kunnen doen op het normaalspoor van Utrecht naar Zeist. Tevens werd de sleepbeugel vervangen door drie trollystangen. Normaal werd één trollystang gebruikt maar in de nabijheid van het KNMI in De Bilt werd een tweede trollystang voor de retourstroom ingezet. Het KNMI ondervond hierdoor geen storingen meer in haar gevoelige apparatuur. Bij de ombouw werden de motorrijtuigen omgenummerd naar 17 t/m 20. In 1927 werd de OSM opgeheven en het materieel werd overgedragen aan de Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij (NBM). Hier hebben de motortrams dienst gedaan tot de opheffing van de NBM in 1949. Over de rijtuigen 18 en 19 is weinig bekend. De 19, een vier-asser, zou door brand zijn verwoest. Naar Duitsland In 1944 waren de tramlijnen rond Emmerich, Rees en Wesel door zware bombardementen getroffen. Door grote beschadigingen aan baan en materieel werd op die trajecten de lijndienst in februari 1945 gestaakt. In 1949/1950 besloot de Landskreis het traject tussen Wesel en Rees te herbouwen. De Duitse 'Kleinbahn Wesel-Rees-Emmerich' (KWRE) nam daarvoor eind 1949 de motorwagens 17 en 20 en bijwagen 43 van de NBM over. In 1951 werd de Kleinbahn weer in gebruik gesteld. De motorwagens reden daar onder KWRE 1 (nr.20) en 2 (nr.17). In 1964 besloot de Landskreis Rees de Kleinbahn op te heffen, waarna de motorwagens NBM 17 en NBM 20 na hun 17-jarig Duits uitstapje in 1966 terug keerden naar Nederland. Terug in Nederland In 1964 werd in Enschede onder invloed van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen (NVBS), de Tramweg-Stichting, en na een tentoonstelling in 1963 in het Rijksmuseum Twente, het ‘Comité Vrienden van het Trammuseum’ (CVTM) opgericht. In 1966 kocht dit Comité de KRWE 2 (de NBM 17) en parkeerde de tram op het raccordement van textielfabriek Gerh. Jannink, die een aansluiting had op het Zuiderspoor in Enschede. Het doel was om de tram te restaureren en in te zetten op een deel van de spoorlijn Enschede-Broekheurne. Dat zou een museumtramlijn moeten worden. Gewijzigde omstandigheden en voortschrijdend inzicht droegen er toe bij dat de CVTM werd omgedoopt tot Museum Buurt Spoorweg (MBS), die zich meer richtte op oud treinmaterieel. Tram NBM nr.17 raakte in vergetelheid, maar in 1968 was hij een prachtig decor voor een bandfoto van The Rabbits. Helaas is het trammetje door vernieling en brandstichting verwoest en uiteindelijk gesloopt. Techniek Voor de geïnteresseerden hier enige technische details: Naam Motorrijtuig, 2 assig Tractievorm Elektrisch Fabrikant Allan & Co, Rotterdam Bouwjaar 1910 Spoorwijdte 1435 mm Gewicht 11.300 ton Lengte o/b 9,8 m Asindeling Bo Vermogen 96 kW / 132 PK (70,6 kW) Max. snelheid 55 km/h. Tractiedetails 2 motoren SSW type D54W, 48 kW/ 65 Pk elk De NBM nr.17 maakte deel uit van de serie 17-20, gebouwd in 1910 door Allan & Co, Rotterdam. De radstand was 2,00 meter maar werd bij de ombouw naar normaalspoor vergroot tot 2,30 meter door het middenstuk uit de truck te zagen en er een langer middenstuk in te zetten. De 17-20 waren praktisch identiek aan de 1-10 maar er waren verschillen in het aantal maximaal automaten en hoogteverhoudingen van zijpanelen, ramen en lichtkap. Ze 17-20 waren voorzien van acetyleen koplampen om bij stroomuitval toch verlicht te kunnen blijven staan. In november 1945 kreeg de nr.17 nog motoren met groter vermogen in verband met het trekken van zwaardere bijwagens. Vanaf maart t/m juni 1946 werden de motorwagens voorzien van schaarbeugels waarna de nr.17 op 7 juni 1946 als eerste diensttram uit de remise Zeist vertrok met de bijwagens 84 en 82. In 1949 werd de 17 buiten gebruik gesteld. Op 5 mei 1949 werd hij aan het spoorwegmuseum aangeboden die toen echter geen interesse had. Op 10 december 1949 werd de NBM 17 voor 4450 gulden verkocht aan de KRWE in Rees die hem als nr.2 in dienst stelde. De NBM 20 werd daar nr.1. Hoe liep het af met de NBM nr. 20, het broertje van 17 In 1970 kocht de Tramweg-Stichting de nr. 20 van de Nederlandse Vereniging Railvervoer. De nr. 20 en het rijtuig nr. 43 kwamen in 1978 resp. 1977 via de Stoomtram Hoorn- Medemblik terecht bij de Electrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA). Na restauratie door de Vereniging Stichts Tram Museum is motorrijtuig nr. 20 in 2012 als trekkracht voor het eveneens gerestaureerde aanhangrijtuig nr. 43 in gebruik genomen en rijdt 's zomers van station Haarlemmermeer tot Amstelveen-Bovenkerk. Met dank aan:   -Stichts Tram Museum (Johan van der Hurk)   -Electrische Museumtramlijn Amsterdam   -De Nederlandse Museummaterieel Database (Henk Boshuyzen)   -Museum Buurt Spoorweg (Albert Platvoet)   -Miniatuurbussen.nl (Roel Ras)   -Wikipedia   -de fotografen
The Rabbits (Foto: Herman Mulstege)
Motorrijtuig KWRE 2. © Drehscheibe Online Forum
Motorrijtuig KWRE 2 in 1962. © Boudewijn Deurvorst
de 17 foto: 'Het Zuiderspoor-Enschede', fotograaf onbekend
de 20 foto: © Drehscheibe Online Forum
1976 foto: Ray Deacon - EMA
2012 foto: Erik Swierstra - Wikipedia